In gesprek met Margriet Leentjens
over kijken wat het individuele kind nodig heeft
Ieder kind ontwikkelt zich vanuit nieuwsgierigheid op zijn eigen tempo
“Actief speelgoed maakt passieve kinderen,” zegt Margriet Leentjens. “En passief speelgoed maakt actieve kinderen.” Als mede-eigenaar van Het Woldkasteel is Margriet sinds de start betrokken bij Samen voor Ryan als deelnemer van het LEA en actief projectgroeplid van De Eerste 2000 Dagen. Sinds een aantal jaren laat ze zich sterk inspireren door de Pikler-methode.

Je deed een bedrijfskundige studie en werkte in de financiële sector. Hoe kwam je in de kinderopvang terecht?
“Voor het werk van mijn man verhuisden we van Brabant naar Steenwijkerwold met onze twee jonge kinderen. Nadat we een beetje geland waren, wilde ik weer aan het werk, maar er was geen geschikte kinderopvang in de buurt. Patricia Ouwerkerk liep tegen hetzelfde aan. En op dat moment werden scholen verplicht om BSO te faciliteren.
We kwamen in gesprek met de schooldirecteur, en toen zijn we die BSO gaan regelen. Alleen BSO was niet rendabel, zag ik al snel. Dus toen dachten we ‘dan gaan we ook de kinderopvang opzetten’ en dat doen we nu al 18 jaar met enorm veel enthousiasme en plezier.”
Hoe houd je je werk interessant?
“Team, ouders en kinderen – maar ook administratie, kindvolgsystemen, en samenwerkingen en initiatieven als Samen voor Ryan – maken het werk veelzijdig.
En ik blijf nieuwsgierig. Ik heb de kans gekregen om me te ontwikkelen in wat me werkelijk interesseert. Patricia en ik wisten vanaf het begin wat we wel en niet wilden vanuit onze eigen ervaring. We volgden gericht allerlei cursussen, zowel praktisch als pedagogisch. In 2018 deed ik een HBO-opleiding tot pedagogisch coach. Daarna ontstond de wens om nog meer te leren over de allerjongsten. Toen stuitte ik op de visie van Emmi Pikler.”
Wat is het gedachtegoed van Emmi Pikler?
Alle baby’s worden leergierig en nieuwsgierig geboren. Baby’s ontwikkelen zich het beste wanneer ze zich zo veel mogelijk zelfstandig, onafhankelijk, op eigen initiatief en in hun eigen tempo de wereld en zichzelf kunnen ontdekken.
Zelfstandige bewegingsontwikkeling, vrij spelen en verzorgen met aandacht zijn daarbij belangrijk. Ouders/verzorgers dienen baby’s op een respectvolle manier te verzorgen, hun gedrag goed te observeren en daar adequaat op in te spelen.
Wat spreekt je aan in haar visie?
“Vanuit de Pikler-visie kijk je naar wat het individuele kind nodig heeft. Het is handig om te weten wat een gemiddelde baby moet drinken of hoeveel uren slaap een kind nodig heeft, maar dit kan per individu heel anders zijn. Kun je als volwassene de signalen leren lezen die een kind laat zien en daarop aansluiten?
Dat vraagt vertrouwen dat een kind – zelfs een baby – al goed weet wat het nodig heeft. Vertrouwen in je kind en in jezelf als ouder. Want jonge ouders kunnen best wel zoekende en overweldigd zijn. Wanneer je een aantal basisvoorwaarden toepast en beter leert kijken naar je kind, hoef je niet meer rigide vast te houden aan schema’s en kun je beter inspelen op de behoeften van je kind.”

Hoe pas je dat toe in de praktijk?
“We vertrouwen erop dat baby’s zelf kunnen aangeven wanneer ze genoeg hebben gedronken bijvoorbeeld. Soms gaat de fles leeg, en soms niet. Wanneer een baby borstvoeding krijgt, weet je ook niet precies hoeveel een baby drinkt. Je hebt zelf op sommige dagen ook meer trek dan op andere. Natuurlijk houden we in de gaten dat een kind genoeg drinkt, eet en slaapt, maar kijken daarbij ook naar signalen die een kind zelf geeft en hoe een kind in zijn vel zit.”
Jullie hebben een flinke fysieke aanpassing gedaan in jullie ruimtes
“Ja, we hebben de grote tafels en stoelen uit de ruimtes gehaald. Dat was een flinke verandering, maar het geeft autonomie terug aan kinderen. Eten gebeurt nu aan kleinere lagere tafels. Dat brengt veel meer rust, waardoor het rustmoment na het eten prettiger verloopt. Onze medewerkers moesten wel even wennen, maar voor de kinderen voelt het logisch.”

Wat hebben jullie aangepast qua speelgoed?
“We werken met zogenaamd passief speelgoed, waar kinderen actief van worden. Materialen waar ze zelf een spel bij kunnen bedenken. En we houden rekening met ieder kind. Dus wanneer we weten dat Jan van autootjes houdt, dan liggen er die dag autootjes bij het speelgoed. We bieden het speelgoed aantrekkelijk en overzichtelijk aan, want wanneer het chaos is, komen kinderen moeilijker in hun spel.”

Hoe nemen jullie medewerkers en ouders mee in al die veranderingen?
“We willen allemaal hetzelfde, namelijk dat de kinderen zich prettig en fijn voelen wanneer ze komen spelen. Maar de vorm kan veranderen. Medewerkers nemen we mee in het proces en voor sommigen voelde dat niet passend. Dat is oké. Nieuwe ouders krijgen informatie tijdens de intake en andere ouders vertellen we meer tijdens de overdracht en andere contactmomenten.”
Heb je nog meer veranderingen in petto?
“We nemen 10 jaar de tijd om de veranderingen door te voeren. De opleiding duurt 3 jaar en vereist dat je 5 keer naar Boedapest afreist. Zowel de opleiding als de aanpassing is dus een heel avontuur. Volgend jaar gaan een paar medewerkers ook de opleiding volgen. Zo kunnen we de visie nog meer inhoud geven en inbedden.
Tegelijkertijd is belangrijk dat we ook zelf blijven nadenken. We volgen niet klakkeloos een stroming, maar worden er sterk door geïnspireerd. Het is de bedoeling dat de werkdruk omlaaggaat én dat we meer individuele aandacht kunnen geven aan ieder kind, want dat geeft ons allemaal veel energie.”